Hoe ik stopte als SEH-arts (en wat ik daarvoor terug kreeg)

Vrijmibo met het hele ziekenhuis

Mijn eerste baan als ANIOS (arts niet in opleiding) op de Spoedeisende Hulp (SEH) in een klein kneuterig ziekenhuis was heerlijk. Ik heb veel afwisseling nodig, dus de SEH paste perfect bij me. Naast dat ik de grote diversiteit aan patiënten en ziektebeelden geweldig vond, werkte ik samen met een fijn groepje van de allereerste SEH-artsen in Nederland. Ook was ik vrij op tijden dat anderen dat niet waren, ging ik op stap met collega’s en aan de vrijmibo met het hele ziekenhuis. Wat wil je als jonge, vrije arts nog meer? 

Buitenlands avontuur
Na mijn SEH-opleiding in Rotterdam besloot ik samen met mijn partner extra ervaring op te doen in het buitenland. Meer leren op een plek waar de Emergency Physician al een erkende specialist is, vond ik naast een mooi avontuur ook noodzakelijk. De SEH-opleiding is tenslotte maar 3 jaar in Nederland.

In 2013 begon ik samen met mijn partner op een grote SEH in Engeland. Het was echt even aanpoten qua taal, cultuur en aantallen patiënten. Ik zag soms wel meer dan vijftig patiënten per dag - waarvan een aanzienlijk deel ergens op de gang. Maar ik had niet het idee dat ik ze echt van A tot Z had geholpen. Ik zei weleens thuis: “Als ik mezelf vandaag de hele dag in de wc had opgesloten, had niemand het gemerkt”. Zo’n chaos was het in onze poging om alle ballen hoog te houden. En de patiënten de juiste zorg te kunnen leveren.

Ik was in die tijd echt bang om fouten te maken, en reken maar: I did. Gelukkig was er altijd een collega die het nog wel net op een rijtje had, om het (en mij) op te vangen. Ik probeerde het voornamelijk als een leercurve te zien: “Ik kan me in een ander land op een knetterdrukke SEH staande houden”. Als ik er nu aan denk, voel ik weer hoe overweldigd en gefrustreerd ik was door een totaal vastgelopen en ziek systeem.


Traumacentrum in Sydney
Het jaar erna gingen we naar Australië om te werken op de SEH van een groot traumacentrum in Sydney. Nog een grotere SEH, maar qua organisatie, aantallen collega’s en doorstroom van patiënten vele malen beter. 

De eerste 3 maanden waren pittig. Voor het eerst was ik verantwoordelijk voor de behandeling en het beleid van alle patiënten op de SEH - niet alleen voor de onverwezen patiënten wat ik tot dan toe voornamelijk gewend was. Hier stond ik aan het bed van patiënten met een orgaantransplantatie, echode ik vrouwen met gecompliceerde zwangerschappen met bloedverlies en had ik patiënten hele dagen op de spoed aan de beademing. Dit terwijl ik een batterij aan junior doctors superviseerde, aan de lopende band werd gebeld, gevraagd om bloed te prikken en om ECG’s en bloedgassen te beoordelen.

Die eerste maanden voelden als proberen te vliegen met lamme vleugels: ik heb wel een paar traantjes gelaten. Maar toen ik me eenmaal op mijn ruggenmerg door het ziekenhuis en de ICT kon bewegen, ging ik als een raket. Al was ik eenmaal thuis vaak helemaal afgedraaid, elke dienst stond ik van de eerste tot de laatste minuut aan. Maar ik bleef erbij: de adrenaline, het avontuur, de afwisseling - dit was waar ik hoorde.

Flying doctor
Toen bleek er de mogelijkheid letterlijk te kunnen vliegen als arts. Iets wat ik sinds mijn opleiding in Rotterdam en kennismaking met het Mobiel Medisch Team al graag wilde doen. We zijn verhuisd naar Darwin om een jaar te werken als retrieval en HEMS dokter voor Careflight. Wat was dat heerlijk! Zeeën van tijd voor één patiënt, terwijl ik op de mooiste en gekste plekken kwam. Tijdens de nachtdienst was er zelfs regelmatig de mogelijkheid om even te kunnen slapen. Ik voelde me echt een ander mens. Inmiddels had ik meer dan 10 jaar diensten gedaan op de SEH en me nooit gerealiseerd hoe ik me zou voelen bij zo’n relatief ‘normaal’ dag- en nachtritme. Ik werd een veel normaler mens.

Black Swan
Na een aantal nachtdiensten op de SEH kwam thuis namelijk mijn schaduwkant naar boven - de heks, de bitch, de  ‘Black Swan’. Kom niet bij me in de buurt, praat niet tegen me, en vragen stellen? Don’t you dare. Ik had na ziekenhuisdiensten echt dagen nodig om weer tot mezelf te komen. Het was tijdens deze baan, als flying doctor, dat ik voor het eerst echt besefte dat ik het anders wilde en het dienstenwerk in combinatie met de drukte op de SEH voor mij niet meer vol te houden was. Maar toen ik zwanger werd van ons eerste kind, heb ik - op een of andere manier - dat besef bewust opzij geschoven en besloten in Nederland wel weer verder te kijken. 

Alle ballen in de lucht
Vijf weken na terugkomst in Nederland ben ik bevallen. Ongeveer een jaar na de geboorte van ons eerste kind ben ik weer aan het werk gegaan op een SEH in Brabant. Niets lekkerder dan in het Brabants ouwehoeren met je patiënten en collega’s. Daarnaast had ik op deze plek al eerder gewerkt en een heel leuke tijd gehad, dus dat was makkelijk instromen. Ik ging voor 7 maanden een aantal verloven vervangen en kon waarschijnlijk mee solliciteren voor een vaste plek. Wat een warm bad: een SEH waar je graag werkt, waar je je als SEH-arts op je plek voelt plus uitzicht op een vaste baan.

Maar toen begon er een periode waarin we thuis alle ballen hoog moesten houden. We draaiden allebei diensten en we hadden een jong kind met maar twee dagen per week opvang. Hierdoor moesten we allerlei ingewikkelde oppas constructies bedenken. Wat een  stress als de oppas dan niet kwam opdagen… Ik denk dat zo’n situatie prima vol te houden is als je vooral heel blij wordt van je werk. Maar ik merkte vooral, naast dat ik voortdurend misselijk was door mijn tweede zwangerschap, dat ik weer helemaal aan het leeglopen was. Ik besloot dus al vrij snel open kaart te spelen en niet mee te solliciteren naar een vaste plek.


Falen of de waarheid onder ogen zien?
Toen ik rond kerst mijn laatste werkdag had en mijn verlof in ging, viel er een enorme last van mijn schouders. Jeetje wat was ik eigenlijk moe, echt totaal leeggezogen. Stiekem was het al een hele tijd duidelijk dat ik de SEH los moest laten. Voor mezelf, maar ook voor de mensen dicht om mij heen. Waarom dan nu pas? 

Tja. Het voelt enorm als falen om te stoppen met iets waar je jarenlang naartoe hebt gewerkt. Dan zijn er de financiële redenen. En wat als je je registratie verliest? Zijn we stiekem allemaal niet heel erg goed in “het nog even doorbijten” in de hoop dat er wat verandert? Maar ik wist dat ik voor mezelf moest kiezen. Misschien waren de keuzes die ik op mijn twintigste maakte, niet meer dezelfde als waar ik twee decennia later blij van werd.

Schuldgevoel
Als ik toen niet was gestopt, had ik nooit de lol van het creëren van mijn eigen visie ontdekt. Of hoe de adrenaline, het avontuur en de afwisseling terugkomen in het ondernemerschap. Toch heb ik nog steeds af en toe een schuldgevoel. Dan denk ik: “Ik zou dit toch naast het (SEH)-arts zijn moeten kunnen doen”, “zal ik toch niet af en toe gaan waarnemen op de spoed?” of “Ik heb die opleiding toch niet voor niks gedaan”. Dat probeer ik dan maar weer los te laten. Waarom?

Omdat ik geloof in de dingen doen waar je echt blij van wordt: de dingen die je energie geven. Of dat nou duiken is in een project op je werk, gaan ondernemen naast je huidige baan of in een huis op een berg een moestuin aanleggen en dromenvangers knutselen. Ik ben erachter gekomen dat werken op de SEH mij niet die energie geeft, die ik bij anderen wel zie. En die voldoening, van het doen waar je écht blij van wordt, gun ik mezelf en iedereen om mij heen. Vanuit die gedachte ontstond ZWAANZ Nascholingen voor Artsen, het jaar nadat ik de SEH los had gelaten. En de ‘Black Swan’? Die laat nog heel af en toe een klein stukje van haar snavel zien.


Vorige
Vorige

Als je als arts bovenaan de ladder staat (en je afvraagt: en nu?)

Volgende
Volgende

Vier tips om uit je kop, in je lijf te komen